|
1. Inleiding:
Het WTCB heeft onlangs op zijn website en in Roof-Belgium van augustus 2005 een rapport gepubliceerd over de thermische prestaties van de ‘dunne reflecterende producten’.
Volgens het WTCB komen de prestaties van een dun reflecterend product (DRP) hoogstens overeen met die van een traditionele isolatie (minerale wol, geëxpandeerd polystyreen,…) met een equivalente dikte (4 tot 6 cm).
Het WTCB bepaalt deze prestaties door het vergelijken van berekeningen volgens de norm NBN EN ISO 6946 tussen proeven in het laboratorium en proeven onder zogenaamde ‘reële buitenomstandigheden’.
Het grote verschil tussen de prestaties die het WTCB bekendmaakt en die welke uit andere universiteitonderzoeken blijken, verplicht ons ertoe een standpunt in te nemen, te meer daar het WTCB beweert zijn onderzoeken te hebben uitgevoerd met bepaalde fabrikanten van DRP.
2. Aluthermo NV, partner van het onderzoek van het WTCB?
Tijdens de vergadering van 13 februari 2003, waarop we werden uitgenodigd door het WTCB om ‘een test- en analyseprocedure uit te stippelen die voor alle partijen aanvaardbaar was’, beschikte het WTCB al over een vooraf opgestelde testprocedure.
De fabrikanten brachten tal van bezwaren in tegen die procedure. Het belangrijkste bezwaar was dat de gebruikte norm niet kon toegepast worden op de dunne reflecterende isolatieproducten. In tegenstelling tot de tests uitgevoerd in de cel PASLINK, wensten de fabrikanten een levensechte test teneinde niet de warmteweerstand vast te stellen, maar wel het energieverbruik. Het uiteindelijke voorstel voor de testprocedures, dat ons op 13 maart 2003 werd overgemaakt, houdt geen rekening met deze bezwaren maar herneemt daarentegen precies de testprocedures die werden voorgesteld tijdens de vergadering van 13 februari 2003.
In tegenstelling tot wat wordt beweerd, namelijk ‘De algemene methodologie en de testprocedures werden opgemaakt in samenwerking met alle betrokken actoren: overheid, wetenschappelijke experts en fabrikanten’, werd de methodologie wel degelijk opgelegd door het WTCB.
Bijgevolg kan Aluthermo NV, als fabrikant, niet beschouwd worden als partner van het onderzoek. Onze enige bijdrage aan het onderzoek beperkte zich tot het leveren van een staal.
3. Een wetenschappelijke aanpak?
Op 17 juin 2004 legt het WTCB ons een voorlopig rapport voor van het onderzoek. Op 13 augustus uiten we bezwaren en opmerkingen, waarbij we ons baseren op een expertise van Prof. Dr. Claus Meier. In deze expertise wordt de norm in detail geanalyseerd en wordt het bewijs geleverd dat deze norm niet geschikt is om de thermische prestaties van dunne reflecterende isolatieproducten vast te stellen. Nog relevanter is dat de expertise aantoont dat de tests waarvan het WTCB beweert dat het ze uitvoert in reële buitenomstandigheden eigenlijk tests zijn die uitgevoerd worden om te komen tot stationaire warmteweerstanden en dat ze helemaal geen rekening houden met welke vorm van straling dan ook.
In het antwoord van het WTCB op deze kritiek, dat dateert van 19 oktober 2004 en waarvan de ondertekenaars ons vandaag nog steeds onbekend zijn, schrijft het WTCB met betrekking tot de gehandhaafde norm, dat het niet zijn taak is om de inhoud van die norm aan de kaak te stellen, noch om te antwoorden op de bezwaren die we formuleren met betrekking tot die norm.
Uit principe moet men hiertegen inbrengen dat de wetenschappelijke instellingen inderdaad hun open ingesteldheid moeten behouden en de kritische verklaringen ernstig moeten nemen als ze onmogelijk te weerleggen zijn.
4. Een test onder reële buitenomstandigheden?
In het besluit van het rapport vermeldt het WTCB dat de metingen werden uitgevoerd in reële buitenomstandigheden. De lezer moet dus de indruk krijgen dat de resultaten van dit onderzoek overeenstemmen met de werkelijkheid.
We hebben dit rapport voorgelegd aan Prof. Dr. M. Zeller, verantwoordelijke van het departement thermodynamisch onderzoek van de RWTh Aachen, de wereldvermaarde universiteit van Aken.
Hij besluit dat “de in het onderzoek van het WTCB gegeven warmteweerstanden enkel het stationaire gedrag van de componenten voorstellen”.
Het onderzoek van het WTCB geeft dus warmteweerstanden weer in stationaire toestand, wat absoluut gunstig is voor de traditionele isolatieproducten door inductie en absoluut nefast is voor de dunne reflecterende isolatieproducten.
De container, Paslink cel genaamd, die buiten geplaatst is, is wel blootgesteld aan reële en per definitie dynamische temperatuurverschillen, maar Prof. Dr. M. Zeller bevestigt helaas dat de software ‘LORD’, die gediend heeft om de dynamische gegevens van de PASLINK-cel te verwerken, die dynamische gegevens overeenkomstig de norm NBN EN ISO 6946 vervormt tot stationaire gegevens door elke vorm van straling uit te sluiten.
Het WTCB voert daar overigens zelf het bewijs van aan: Tijdens twee testperioden beschermt het WTCB de wand die geïsoleerd is met het dunne reflecterende isolatieproduct, met een zonnescherm tegen de zonnestraling. Bij de derde periode verwijdert het WTCB deze bescherming tegen de straling en toch zijn de gemeten waarden van de warmteweerstand nagenoeg identiek.
5. Optimaal geplaatst?
Onder punt 2 van het eindrapport, ‘Omvang van het WTCB-onderzoek en in de besluiten vermeldt het WTCB dat de producten ‘optimaal geplaatst’ zijn, anders gezegd, tussen twee ongeventileerde luchtspouwen.
Deze aanpak is volledig gegrond in het kader van de gehandhaafde norm. Maar zoals we eerder aantoonden, is die norm niet van toepassing op de dunne reflecterende isolatieproducten. De werkelijkheid toont aan dat het energieverbruik en het comfort in de zomer van een gebouw dat geïsoleerd is met een DRP, beter zijn als de luchtspouw geventileerd is. Dit is dus de ideale opstelling welke door alle fabrikanten onderschreven wordt.
De producten worden dus getest in een bijzondere situatie, die niet conform de voorschriften van de fabrikanten is en bovendien in de realiteit nooit voorkomt.
6. Hoe zit het met de plaatsingsaanbevelingen van het WTCB?
Alle gevallen die door het WTCB worden voorgesteld, werden berekend op basis van de norm NBN EN ISO 6946. Het WTCB dringt bijgevolg fors aan op de creatie van twee ongeventileerde luchtspouwen.
Zoals het WTCB terecht beweert, is het bijzonder moeilijk om een ongeventileerde buitenluchtspouw te bekomen.
Gelukkig maar, want alle fabrikanten staan een geforceerde ventilatie van die luchtspouw voor. De tienjarige garantie waarvan de klant geniet en die gedekt wordt door de verzekeringsmaatschappij AXA ten belope van € 1 240 000 per werf zal nooit van toepassing zijn als die luchtspouw niet geventileerd is..
Net als voor elk isolatieproduct, moet men erop toezien dat het DRP luchtdicht wordt geplaatst. Het WTCB insinueert dat dit bijzonder moeilijk is met dunne reflecterende isolatieproducten en dat men heel zorgvuldig tewerk moet gaan.
Dit is een belachelijk argument. Aluthermo® wordt ononderbroken boven of onder de kepers geplaatst en een perfecte luchtdichtheid bekomen is dus kinderspel.
Dit geldt ook voor de afdichting van de aansluitingen tussen de stroken met een kleefmiddel. Hier beweert het WTCB dat de stroken enkel correct aan elkaar gelijmd kunnen worden indien er een ononderbroken onderlaag aanwezig is waarop ze kunnen steunen.
Aluthermo® is halfstijf en onze kleefmiddelen in zuiver aluminium zijn van de beste kwaliteit. Het is dan ook absoluut niet moeilijk om de stroken te lijmen en het vergt in geen geval een ononderbroken onderlaag.
7. Besluit
Er zijn altijd al tegenhangers geweest van dunne reflecterende isolatieproducten. De dunne reflecterende isolatieproducten kennen een almaar groter succes. Als de fabrikanten van die producten onderzoeken ter beschikking hadden waaruit duidelijk de tevredenheid blijkt die de gebruikers dag na dag ervaren, zou de markt van de dunne reflecterende isolatieproducten nog sterker evolueren, ten koste van de traditionele isolatieproducten.
Op economisch vlak staat er zoveel op het spel dat we de indruk hebben dat het vandaag de dag wenselijker is om zich te beperken tot de publicatie van rapporten die, per definitie, niet toegepast kunnen worden op de dunne reflecterende isolatieproducten.
Waarom kan men niet denken in termen die de gebruiker echt interesseren, namelijk het energieverbruik en het comfort n de zomer?
Zolang we af te rekenen krijgen met wetenschappelijke experts die unaniem beslissingen treffen en voor wie ‘het energieverbruik of het comfort in de zomer niet relevant zijn, en enkel de warmteweerstand telt’ (Jean-Marie Seynhave, op de vergadering van het WTCB van 17 juni 2004), blijft het wachten op gepaste onderzoeken om tot coherente resultaten te komen, zoals het hoort. |